In de wetgeving wordt er bij geluidsoverlast van wegen onderscheid gemaakt tussen drie soorten wegen, snelwegen, gemeentelijke wegen en 30-km wegen. Voor elk soort weg gelden er andere regels. Hieronder vindt u de regels over snelwegen.

Geluidsoverlast snelwegen

Als er een nieuwe snelweg wordt aangelegd, dan moet men rekening houden met de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 11. In deze wet is vastgesteld dat er aan de geluidsproductieplafond gehouden moet worden. Dat is mooi gezegd, maar wat is nou een geluidsproductieplafond? Rijkswaterstaat, die verantwoordelijk is voor de berekening hiervan, zegt het volgende hierover:

Hoe hoog het geluidniveau langs een rijksweg mag zijn, hangt af van de locatie. Aan weerszijden van de rijkswegen zijn ongeveer 60.000 referentiepunten ingesteld. Dat zijn geen fysieke punten, maar virtuele punten in een digitaal rekenmodel. Voor ieder punt is een maximaal toegestane geluidproductie berekend. Dit maximum wordt het geluidproductieplafond genoemd. De referentiepunten liggen steeds op 50 meter afstand van de weg, op 4 meter hoogte en 100 meter uit elkaar. Voor ieder referentiepunt geldt een apart geluidproductieplafond, passend bij de verkeerssituatie ter plekke. Hoe snel rijdt het verkeer? Is het er erg druk? Zijn er geluidschermen of geluidswallen geplaatst? Of ligt er misschien stiller asfalt?

Goed, dat weten we nu. Maar hoeveel geluid mag er dan geproduceerd worden? Daarom gelden 2 cijfers voor, een voorkeurswaarde en een maximale waarde. Hieronder zijn de cijfers:

Voorkeurswaarde Maximale waarde
Wegen 50 dB 65 dB

Dit betekent dus dat op een gevel van een woning bij voorkeur 50dB terecht mag komen. Als maximum geldt 65 dB. Hoger is bij wet niet toegestaan, al kan de minister van Infrastructuur en Milieu altijd nog een uitzondering toepassing.